A R T R O S E Feiten en fabels over kraakbeen Over kraakbeen bestaat een aantal hardnekkige misverstanden. Zo wordt bijvoorbeeld artrose (gewrichtsslijtage) vaak verward met osteoporose (ontkalking) en wordt nogal eens gedacht dat kraakbeen volledig kan genezen. De mogelijkheden van (operatief) herstel van kraakbeen worden ook sterk overschat. Peter Kamstra In dit artikel wordt een poging gedaan met enkele van deze fabels af te rekenen.
Om goed te functioneren moet kraakbeen dus aan hoge eisen voldoen en daarom glad, exact van model en veerkrachtig zijn. Een gebroken bot hoeft niet altijd precies in zijn oorspronkelijke vorm of anatomie te worden hersteld om zijn functie te kunnen houden. Met kraakbeen is dat anders: de vorm en eigenschappen moeten binnen zeer nauwe grenzen blijven, anders ontstaat beschadiging en later artrose. Kraakbeen heeft een unieke structuur, waardoor beweging en lage wrijving mogelijk zijn. Er zijn twee soorten kraakbeen: hyalien en vezelig. De eerste soort is gewrichtskraakbeen en vormt de glijvlakken van de gewrichten, de tweede soort heeft een steun- en vormfunctie zoals bijvoorbeeld in het oor en de neus. Vezelig kraakbeen bevat meer vezels dan hyalien kraakbeen.
Kraakbeen bestaat uit een netwerk van collageen (bindweefsel) vezels die vanaf het bot waar het kraakbeen aan grenst, tot aan de gewrichtsoppervlakte lopen. In deze vezels zijn zogenaamde proteoglycanen (een combinatie van eiwitten en suikers) gevangen die sterke waterbindende eigenschappen hebben. Hierdoor wordt water vastgehouden en krijgt kraakbeen zijn veerkracht. Kraakbeen bestaat voor 75 procent uit water. Door verschillende oorzaken kan na verloop van tijd een beschadiging van kraakbeen optreden, veelal gevolgd door artrose. Heel bekend is de verhoogde kans op vroegtijdige slijtage van het kraakbeen in de knie als op jonge leeftijd een meniscus is verwijderd. Een aantal belangrijke oorzaken van artrose zijn weergegeven onder (4). Invloed op Artrose (4)
In (5) wordt omschreven wat artrose is. Wat is Artrose? (5)
Beschadiging of slijtage van kraakbeen
Met een oppervlakkig defect wordt hier verstaan een defect dat niet reikt tot aan het bot. Een klein defect heeft een maximale doorsnede van drie centimeter. Het omliggende kraakbeen is nog gezond. Een voorbeeld van bovengenoemde kraakbeenafwijkingen wordt gegeven in de figuren (6) tot en met (9). Gezond kraakbeen is zichtbaar rondom het defect in figuur (6).
type 2,
type 3,
Behandelingsmogelijkheden Medicatie Kraakbeenvliestransplantatie Gladmaken of ‘nettoyage’ van kraakbeen Kraakbeentransplantatie De volgende technieken worden toegepast om deze letsels te genezen:
Bij een mozaïekplastiek worden cilindervormige pijpjes bot met overliggend kraakbeen van een gezond, niet dragend deel van het gewricht weggenomen, en getransplanteerd naar passende boorkanaaltjes in het kraakbeendefect, figuur (10). Dergelijke ingrepen slagen zeker niet altijd. Het herstel is afhankelijk van vele factoren maar een gladde, gezonde kraakbeenlaag zal nooit meer worden bereikt.
Kraakbeencellen kunnen van de Een veel gepropageerde techniek is het opboren van het kraakbeendefect, zie hiervoor ook figuur (6). Met een dun boordje worden gaatje geboord in het blootliggende bot op de bodem van het kraakbeendefect, waardoor bloedvaatjes vanuit het bot gemakkelijker in het kraakbeendefect kunnen groeien om bij te dragen aan het herstel. In een aantal gevallen is het resultaat ten aanzien van klachtenvermindering goed in de eerste jaren na de ingreep. In het kraakbeendefect groeit een soort stevig bindweefsel dat de stevigheid en veerkracht van kraakbeen aardig kan benaderen. Voorwaarde is wel dat het omliggende kraakbeen van relatief goede kwaliteit is. Een definitieve oplossing biedt deze techniek dus niet, op langere termijn is de kans op vorderende kraakbeenslijtage groot. Artrose, waarbij grote en diepe defecten en anatomische afwijkingen worden gevonden, kan alleen definitief worden verholpen door grotere operaties, waarbij het gewricht wordt vastgezet of vervangen door een prothese. In sommige gevallen is het mogelijk om de stand van het been te veranderen (osteotomie) waardoor het zieke deel van het gewrichtskraakbeen kan worden ontlast. De mogelijkheden van operatief herstel van kraakbeenbeschadigingen zijn dus beperkt tot geïsoleerde letsels van gezond kraakbeen. Het succes van dergelijke behandelingen is tevens afhankelijk van de plaats van de bestaande afwijkingen in het gewricht. Samenvattend zijn de mogelijkheden tot operatief herstel van kraakbeen beperkt. In een aantal gevallen kan een klachtenvermindering worden bereikt, maar eenmaal beschadigd kraakbeen kan nooit meer volledig worden hersteld. Het wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe technieken, die wellicht betere mogelijkheden voor de toekomst kunnen bieden, is nog in volle gang. Bron: “Beter in beweging” - mei 2006 |