Dr. A.E. Lisowski, orthopedisch chirurg

Enkelzijdige knieprothese biedt vooral ouderen voordelen

Wie ouder wordt, krijgt te maken met vermindering van de kwaliteit van het kraakbeen. Vooral bij oudere mensen krijgt het kraakbeen van het kniegewricht het vaak 'voor de kiezen'. De mogelijkheden om beschadigd kraakbeen te herstellen blijven nog beperkt, maar de laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar manieren om kraakbeen te reconstrueren en te herstellen.

De meeste schade ontstaat doorgaans aan de 'mediale zijde' van de knie. Dat is de kant waar de knie het dichtste bij de andere knie is. De 'laterale zijde' is de buitenkant van de knie.

Problemen met het kniegewricht (slijtage) kunnen ontstaan door een gestoorde spierbalans als gevolg van zwakte van de laterale bovenbeenspieren, door aangeboren O-benen of X-benen en door ouderdomsdegeneratie van de mediale meniscus en door overbelasting van de mediale zijde als gevolg van doorgemaakt trauma aan het dijbeen (femur) en/of het scheenbeen (tibia).

Leeftijd
Als de huisarts niet meer kan helpen met medicijnen of een andere therapie, komt de patiënt bij de orthopedisch chirurg terecht. Deze onderzoekt niet alleen het kniegewricht, maar probeert ook te achterhalen wat de verwachtingen van de patiënt zijn. Welke activiteiten wil hij of zij weer kunnen doen? De leeftijd van de patiënt speelt bij deze overwegingen een grote rol. Ook informeert de arts naar de plaats van de pijn in de knie en bij welke activiteiten deze pijn vooral optreedt. Op grond van deze informatie krijgt de orthopedisch chirurg een beeld van de ernst en de plaats van de artrose in de knie. 

De orthopedisch chirurg zal eerst nog kijken naar niet-operatieve behandelingen zoals schoenaanpassingen ter verbetering van de stand van de knie, of een ontlastende kniebrace. Wanneer tenslotte wordt gekozen voor operatie, kan, afhankelijk van het onderzoek, de leeftijd van de patiënt en vooral zijn of haar activiteits- en verwachtingspatroon kan worden gekozen uit een enkelzijdige knie- of een totale knieprothese.

Rustig leefpatroon
De enkelzijdige knieprothese wordt vooral toegepast bij mensen die ouder zijn dan zestig jaar en een rustig leefpatroon hebben. Het plaatsen van zo'n prothese was één van de meest controversiële procedures van de laatste decennia. Door de slechte resultaten in de jaren tachtig kreeg de enkelzijdige knieprothese een slechte naam. De meeste prothesen zouden aan slijtage onderhevig zijn. Eén van de prothesen die in zijn oorspronkelijke ontwerp wél de tand des tijds heeft doorstaan, is de (Oxford) meniscal-bearing prothese.

De knie is een gewricht tussen het dijbeen (femur) en het scheenbeen (tibia). De meniscal-bearing prothese bestaat uit twee  componenten, en een derde component in de vorm van een kunststof (polyethyleen) meniscus die precies passend tussen de metalen femur- en tibiacomponent wordt ingebracht. Deze kunststof meniscus ligt vrij tussen de metalen componenten en wordt op de plaats gehouden door zijn eigen contouren en de normale spanning van de kniebanden. De mobiele meniscus kan draaien en naar voren en naar achteren bewegen tijdens het buigen en strekken van de knie.

Selectie
De selectie van patiënten die in aanmerking komen voor deze meniscal-bearing prothese, is zeer streng en vereist intacte kruisbanden en een knie die vanuit O-been-stand tot neutrale stand te corrigeren valt. Ook moet het kraakbeen van het laterale compartiment intact zijn. Eén op de drie patiënten met artrose aan de knie komt in aanmerking voor een enkelzijdige prothese.

De operatieve techniek is niet eenvoudig en vereist ervaring. De operatie wordt verricht met instrumenten die speciaal voor deze prothese zijn ontwikkeld. Het meest essentiële is het creëren van een gelijke afstand tussen het dijbeen en het scheenbeen in buig- en strekstand, de zogenaamde flexion-extension gap. Alleen in deze situatie is de spanning van de banden in alle standen van de knie gelijk. De fysiologische spanning die zo op de kniebanden aanwezig blijft, zorgt voor stabiliteit van de mobiele polyethyleen meniscuscomponent.

In de afgelopen vijf jaar zijn in het Atrium Medisch Centrum in Kerkrade 150 enkelzijdige knieprothesen geplaatst. De ervaringen zijn positief. De patiënten worden de eerste dag na de operatie goed in de gaten gehouden en mogen, als ze de pijn kunnen verdragen, het been volledig belasten. Het is daarbij vooral belangrijk dat zij weer intensieve strekoefeningen gaan doen. Doorgaans kunnen de patiënten op de derde dag na de operatie hun knie alweer tot negentig graden buigen. Binnen vier tot vijf dagen kan de patiënt naar huis.

De patiënten zelf zijn over het algemeen zeer tevreden en melden dikwijls dat ze, als hun andere knie dezelfde klachten krijgt, ze graag opnieuw op deze manier onder het mes gaan. De voordelen van enkelzijdige knieprothesen ten opzichte van de totale knieprothese zijn duidelijk. De enkelzijdige knieprothese zorgt voor een herstel van de onderlinge anatomische verhoudingen in de knie door het inbrengen van een mobiele meniscuscomponent en het intact laten van de overige onderdelen. Het kruisbandensysteem blijft behouden en ook biedt de prothese meer bewegingsvrijheid. Andere voordelen zijn dat het genezingsproces sneller gaat en de fysieke conditie beter is. De ingreep is minder ingrijpend dan het plaatsen van een totale knieprothese.

Uit vergelijkbare studies naar de eerste honderd patiënten blijkt dat vooral 75-plussers zeer goed uit de voeten kunnen met een halfzijdige knieprothese. Opvallend veel mensen zijn tevreden. De pijnklachten vallen mee en het herstel gaat in het algemeen sneller dan bij een totale knieprothese.

Bron:  “Beter in beweging” -  december 2005
           (uitgave van de Stichting Patiëntenbelangen Orthopaedie)
           met dank aan N. Krikhaar (eindredactie)