Informatie over ARTROSE
Zoekt u uitgebreide informatie over Artrose en wilt u diverse behandelaars horen spreken over deze reumatische aandoening?
Wilt u lezen over knie- en heupartrose, de laatste ontwikkelingen, waar die pijn toch vandaan komt, wetenschappelijk onderzoek, protheses, etc etc.? (P-AL)
Kijk op >>> http://www.poly-artrose.nl/
Tien vragen over heupprotheses
Een automodel met falende remmen of speelgoed met een los knopje, het kan aanleiding zijn voor een terugroepactie. Je gaat naar de garage voor reparatie of levert het product in bij de winkel.
Dat is lastiger als het om een falende prothese voor een heup gaat. Eind vorig jaar riep firma DePuy alle mensen met een ASR Resurfacing Prothese op zich te melden voor een extra controle bij hun ziekenhuis.
Een bericht dat voor onrust zorgde bij mensen met een kunstheup. Reden genoeg om orthopeed Marc Nijhof te vragen naar de verschillen tussen heupprotheses en wat er komt kijken bij een heupvervanging.
Is het nuttig dat patiënten navragen welke prothese ze krijgen?
Nijhof: 'Dat is verstandig, want er is zonder meer verschil in kwaliteit. Maar de ervaring en vaardigheid van de operateur is zeker zo belangrijk. Een goede prothese die slecht geplaatst is, geeft een slecht resultaat. Daarom adviseer ik patiënten de orthopeed ook te vragen hoeveel ervaring hij heeft met deze operatie en met de gebruikte prothese. In ons ziekenhuis werken we in gespecialiseerde teams zodat onze orthopeden allemaal veel ervaring hebben. Zelf doe ik zo'n 200 heupoperaties per jaar'.
Hoe kiest de Maartenskliniek zijn protheses?
Nijhof: 'Een prothese wordt door een fabrikant getest in het laboratorium op duurzaamheid. Maar dat is geen garantie dat de prothese het ook in de praktijk, dus geplaatst in een menselijk lichaam, goed doet. Bij de Sint Maartenskliniek zijn we voorzichtig met het gebruiken van nieuwe typen protheses die zich nog niet op lange termijn bewezen hebben. Nieuw is niet per definitie beter. Daarom blijven we onze patiënten volgen zodat we beter zicht krijgen op hoe lang een prothese zonder problemen functioneert. Ook gebruiken we informatie uit internationale protheseregisters waar vele duizenden patiënten geregistreerd zijn. Daaruit komen trends naar voren, bijvoorbeeld hoe lang een prothese meegaat en welke protheses vroegtijdig falen. We kiezen voor protheses van de beste kwaliteit waar we jarenlange ervaring mee hebben.'
Kwamen de problemen met de ASR Hip Resurfacing Prothese ook aan het licht door een protheseregister?
Nijhof: 'Inderdaad, uit enkele registers bleek dat dit nieuwe type heupprothese bij 12% van de patiënten binnen 5 jaar vervangen moest worden. Dat is veel meer dan bij de conventionele heupprotheses die gemiddeld 15 jaar meegaat. Door slijtage komen metaaldeeltjes van deze resurfacing prothese in het lichaam wat kan leiden tot zwellingen, pijn in de lies en uiteindelijk loslating van de prothese. De enige oplossing is dan de prothese te verwijderen'.
Heeft de Sint Maartenskliniek de teruggeroepen prothese ook gebruikt?
Nijhof: 'Nee, gelukkig niet. Dat komt omdat we niet overtuigd waren van de voordelen van dit nieuwe type waarbij een grote metalen kom over de heupkop geplaatst. De conventionele prothese, waarbij de hele heupkop vervangen wordt door een steel met kop, geven hele goede resultaten op langere termijn. Het resultaat bij deze heupprothese is bovendien veel minder afhankelijk van de technische plaatsing en patiënt-kenmerken. De resurfacing prothese daarentegen is minder vergevingsgezind, als de stand van de prothese niet optimaal is, krijg je ook meteen een slechter eindresultaat, zeker als de patiënt ook nog eens klein is'.
Zijn er nog meer heupprotheses die problemen geven?
Nijhof: 'Vergelijkbare problemen komen ook voor bij andere protheses waarvan beide loopvlakken van metaal zijn. Dit soort protheses hebben we de afgelopen jaren bij een kleine, selecte groep patiënten geplaatst. Deze patiënten controleren we regelmatig. We sturen deze patiënten een brief om te wijzen op mogelijke klachten die aanleiding kunnen geven voor een extra onderzoek op de polikliniek'.
Op welke leeftijd is een heupprothese verantwoord?
Nijhof: 'Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Bij voorkeur zijn patiënten ouder dan 50 jaar maar in zeldzame gevallen plaatsen we ook wel eens een prothese bij iemand van 30 jaar. Dat hangt af van de ernst van de klachten en de oorzaak van de slijtage. Bij jonge mensen is er vaak meer aan de hand, bijvoorbeeld een verkeerde stand van het bekken door dysplasie of een ongeluk. Als een standsverandering in zo'n geval niet helpt, kan een prothese de enige mogelijkheid zijn om de pijn te verlichten'.
Kun je te oud zijn voor een heupprothese?
Nijhof: 'In principe ben je nooit te oud voor een prothese. Je moet de risico's van een operatie en de inspanning van het revalideren afwegen tegen de verwachte opbrengsten. Daarom vraag ik altijd naar de motivatie en levensstijl van patiënten. Zijn ze nog actief of zitten ze de meeste tijd thuis? Als je weinig beweegt, overgewicht hebt of weinig spiermassa, kan het wel eens lastig worden om goed te revalideren. De kans is groot dat deze mensen minder goed oefenen na de operatie waardoor de kans op succes kleiner is'.
Waarom wordt het plaatsen van een prothese soms uitgesteld?
Nijhof: 'We kijken eerst zorgvuldig of een prothese de enige oplossing is. Vaak is een gezondere levensstijl met voldoende beweging, en zo nodig extra fysiotherapie, al voldoende om de klachten te verminderen. Zo nodig kunnen paracetamol en ontstekingsremmers de pijnklachten hanteerbaar maken. Als dit soort oplossingen nog werken, wachten we liever nog even met opereren. Sommige mensen zeggen: 'Ik leef nu, ik wil een prothese'. Ik zeg dan: 'Wij zien hier ook de ellende van de mensen die een moeilijke heuprevisie nodig hebben. Dat moeten wij ook meewegen. Goede voorlichting is dus erg belangrijk'.
Kun je meer dan een keer een heupprothese vervangen?
Nijhof: 'Veel mensen denken dat je een heupprothese maar een keer kan vervangen. Dat is niet zo. Het kan wel vaker, maar bij iedere revisie haal je bot weg. Dat kun je niet voorkomen. Je kunt wel donorbot gebruiken om een groot gat in het dijbeen of heupkom dicht te laten groeien. Daar heb je bij een volgende revisie dan weer profijt van'.
Wat maakt een revisie lastiger dan een primaire heupvervanging?
Nijhof: 'Door het botverlies is het lastiger om de prothese goed vast te zetten en door de littekens is het weefsel stugger. Een tweede of volgende prothese gaat daardoor minder lang mee dan de eerste. Bovendien is de kans op een infectie tot vijf keer zo groot als bij een eerste prothese en schiet de revisieheup vaker uit de kom. Genoeg reden om heel goed te kijken hoe je ervoor kan zorgen dat de heupprothese zo lang mogelijk meegaat'.
Onderdelen
Een kunstheup bestaat uit drie delen: een steel die in het bovenbeen wordt vastgezet, een kop die op de steel komt en een kom die in het bekken wordt vastgezet. Een resurfacing prothese bestaat uit een kop en een kom, er wordt geen lange steel in het bovenbeen ingebracht. De steel en kom kunnen met botcement (een soort twee-componentenlijm) of ongecementeerd (klemvast) worden vastgezet.
Gebruikte materialen
De meeste heupprotheses die gebruikt worden, hebben een loopvlak op de kom van poly-ethyleen (een soort plastic) met een kop van keramiek of metaal. Door slijtage komen poly-ethyleen stukjes vrij waardoor op den duur de prothese kan loslaten.
Er komen steeds sterkere materialen op de markt die minder snel slijten. Zo is keramiek heel slijtvast. Nadeel is dat een keramieken loopvlak bij een klein deel van patiënten zorgt voor licht piepende geluiden bij het lopen. Protheses waarbij beide loopvlakken van metaal zijn, hebben als nadeel dat bij slijtage hele kleine metaal-ionen in het weefsel en de bloedbaan kunnen komen. Dit kan leiden tot een overgevoeligheidsreactie, ontstekingen en zelfs loslating. Dit is het geval bij de ASR Resurfacing prothese, die onlangs van de markt gehaald is.
Levensduur
Bij het kiezen van een prothese maakt de Sint Maartenskliniek onder andere gebruik van protheseregisters, zoals het Zweedse register waarin 300.000 patiënten met protheses geregistreerd en gevolgd worden. Uit het register kan de levensduur van een bepaald type prothese worden afgeleid. Deze is bij veel mensen langer dan 10 à 15 jaar. Uit het register blijkt ook dat protheses minder lang meegaan bij jonge mensen, waarschijnlijk omdat zij meer bewegen dan oudere mensen. Boven de 70 jaar gaat de prothese bij 90% van de mensen minstens 15 jaar mee. Onder de 50 jaar gaat de prothese bij 70% van de mensen minstens 15 jaar mee.
Revisie
Een heupprothese moet vervangen worden (revisie) als de steel of kom los komt te zitten of als het materiaal op de loopvlakken versleten is. Ook een infectie of het regelmatig uit de kom schieten, kan reden zijn om de prothese te vervangen. Het aantal keren dat een prothese vervangen kan worden is afhankelijk van de hoeveelheid bot. Oneindig vervangen lukt zeker niet.
Bron: St. Maartenskliniek - febr. 2011
---------------------------------------------------------
Nieuwe knie
Is kraakbeen in de knie beschadigd of versleten, dan kan de knie bij hevige pijnklachten vervangen worden door een kunstknie.
Kraakbeen in de knie is elastisch en vangt schokken en stoten op tijdens het lopen. Bij hevige pijnklachten kan de knie vervangen worden door een kunstknie.
Hoe ziet een kniegewricht eruit?
Het kniegewricht bestaat uit twee botdelen: het scheenbeen en het dijbeen. Het uiteinde van deze botten is bedekt met een laagje kraakbeen. Dat zorgt ervoor dat de knie soepel beweegt. Het kraakbeen is elastisch en kan schokken en stoten opvangen tijdens het lopen.
Gewrichtsbanden
Het kniegewricht wordt verstevigd met gewrichtsbanden of ligamenten. De gewrichtsbanden bestaan uit lagen bindweefsel.
Wat is knieslijtage?
Door (over)belasting van het kniegewricht kan het kraakbeen beschadigen of slijten. Dit heet ook wel artrose. Het scheenbeen kan daardoor minder soepel bewegen langs het dijbeen. Slijtage kan ook optreden door reuma, na een infectie, na een beenbreuk of nadat de meniscus is verwijderd. De orthopedisch chirurg kan de ernst van de slijtage vaststellen door een lichamelijk onderzoek in combinatie met röntgenfoto's en, eventueel, een kijkoperatie.
Wat zijn de klachten bij knieslijtage?
Bij knieslijtage treden meestal pijnklachten op, vooral bij het (trap)lopen en het lang staan. Startpijn, bijvoorbeeld bij het opstaan, komt ook voor. Na verloop van tijd, wanneer de slijtage erger wordt, kan stijfheid van het gewricht ontstaan. Het is dan niet meer mogelijk om de knie te strekken. Een standsverandering van het been (X- of O-benen) kan ook voorkomen. De knie voelt dan moe en instabiel aan.
Hoe ziet een knieprothese eruit?
Een knieprothese bestaat uit drie delen: twee van metaal en één van hard plastic. De metalen delen worden in het boven- en onderbeen vastgezet met cement. Het plastic deel komt daar tussen in. Het zorgt ervoor dat het onderbeen soepel scharniert ten opzichte van het bovenbeen.
 |
Een röntgenfoto van een knieprothese die vastgezet is met cement. |
 |
Een röntgenfoto (zijaanzicht) van een knie-prothese in gebogen stand. |

|
Voorbeeld van een knieprothese. |

|
Zo wordt de prothese vastgezet in het boven- en onderbeen. |
Type knieprothese
Voor standaardingrepen worden bij de Sint Maartenskliniek twee typen knieprotheses gebruikt, de BalanSys (van Mathys) en Genesis II (van Smith & Nephew). Beide protheses zijn uitgebreid getest en onderzocht en leveren in de praktijk goede resultaten.
In bepaalde gevallen kiest de orthopeed voor een andere prothese, bijvoorbeeld wanneer slechts een deel van de knie vervangen hoeft te worden door een prothese.
De operatie
De anesthesioloog verdooft het te opereren been en brengt u, indien gewenst, in een lichte slaap.
De orthopedisch chirurg maakt een litteken van ongeveer 20 centimeter over de voorkant van de knie. Hij legt het kniegewricht bloot door de knieschijf opzij te leggen. Vervolgens wordt met speciale instrumenten het bot aangepast aan de vorm van de prothese, waardoor een goede verankering mogelijk is.
De kunstknie wordt aangebracht. Soms wordt de knieschijf vervangen door een kunststof knieschijf, maar meestal is dit niet nodig.
De knieschijf wordt teruggelegd en het kapsel gesloten. De chirurg legt een drain (slangetje) aan voor het afvoeren van bloed en wondvocht en hecht de operatiewond.
Uw been wordt op een kussen gelegd in een gebogen stand.
Hoe lang duurt de operatie?
De operatie duurt gemiddeld 2 uur.
Hoe lang duurt de opname?
De opnameduur is gemiddeld 6 dagen.
Na de operatie
Bloedverdunners
U zult tot 6 weken na de operatie bloedverdunnende medicijnen moeten gebruiken. Die voorkomen dat er bloedstolsels (trombose) in de bloedvaten ontstaan. Dit medicijn moet u bij uzelf injecteren. Een verpleegkundige zal u voordoen hoe dat moet.
Drain verwijderen
De tweede dag na de operatie verwijdert de verpleegkundige de drain (slangetjes) die bloed en wondvocht afvoert. Ook wordt het kussen verwijderd dat uw been in een gebogen stand houdt.
Pijnstillers en antibiotica
Om de pijn te onderdrukken krijgt u pijnstillers toegediend. Om infecties te voorkomen krijgt u tijdens en soms enkele dagen na de operatie antibiotica toegediend.
Fysiotherapie
U start de dag na de operatie al meteen met fysiotherapie. De therapie in het ziekenhuis is bedoeld om een start te maken met het oefenen van het buigen en strekken van de knie. Tevens gaat u weer leren lopen met behulp van elleboogkrukken, zodat u thuis weer veilig en zelfstandig aan de slag kunt.
Op dag 1 legt de fysiotherapeut uit wat u de komende dagen gaat doen. U start dezelfde dag nog met oefeningen in bed. Deze oefeningen zijn bedoeld om de spieren in het been te leren aan te spannen en om de doorbloeding in het been te stimuleren.
Op dag 2 krijgt u oefeningen om de knie weer goed te kunnen strekken en mag u voor het eerst uit bed en in een stoel zitten. De eerste keer is dit onder begeleiding van de fysiotherapeut. Nadien mag dit onder begeleiding van de verpleegkundige. Als dit goed gaat, mag u met behulp van twee elleboogkrukken ook een stukje lopen. Krukken kunt u voorafgaande aan uw opname huren bij de Thuiszorg.
Op dag 3 gaat u verder met het lopen. Verder start u met oefeningen om de knie te buigen.
Op dag 4 t/m dag 6 staan de oefeningen in het teken van:
- het goed kunnen buigen en strekken van de knie
- het veilig en zelfstandig kunnen lopen
- het zelfstandig in en uit bed stappen
- het traplopen als u dit in de thuissituatie ook moet
Weer thuis blijft u fysiotherapie volgen. Dat kan bij een praktijk bij u in de buurt of op de Maartenskliniek. Het is verstandig om vooraf uw fysiotherapeut al in te lichten, zodat als u weer thuis bent u daar snel terecht kunt.
De operatiewond
Na de operatie kan de wond blauw/rood worden. Dit komt door een onderhuidse bloeduitstorting ontstaan tijdens de operatie. De bloeduitstorting kan geen kwaad en verdwijnt na verloop van tijd vanzelf. De buitenkant van de huid, naast de wond, is doof doordat de omliggende gevoelszenuwtakjes zijn doorgenomen. Dit voelt eerst vreemd aan, maar op de lange duur went u daaraan. De knie kan ook dik worden en strak aanvoelen.
Wond- en kniekoeling
Het is normaal dat de wond en de knie nog enige tijd warm aanvoelen, soms tot een half jaar na de operatie. U kunt de wond en knie zelf koelen met ijs. Bij de drogist of apotheek kunt u coldpacks kopen die u in de vriezer koud kunt maken. Nog een mogelijkheid is de wond en knie te koelen met een zak diepvries erwten.
Om te voorkomen dat uw huid bevriest, moet u het ijs of de zak erwten omwikkelen met een dun laagje stof of keukenpapier.
U mag de wond 3 maal per dag gedurende 20 minuten koelen. Niet vaker en niet langer, want anders heeft het koelen een averechts effect.
Wat zijn de leefregels na de operatie?
Activiteiten
Tot aan de eerste controle mag u niet:
- Autorijden
- Zwemmen
- Fietsen
U mag wel fietsen op een hometrainer. Daar kunt u makkelijk op- en afstappen. Op een gewone fiets lukt dat niet bij een noodsituatie (plotseling remmen).
Het is belangrijk dat u de beweeglijkheid van de knie en de spierkracht onderhoudt. Het is dus goed om regelmatig te bewegen en te lopen en dit af te wisselen met voldoende rust. Als uw knie op het oefenen reageert met zwellen of warm aanvoelen, moet u de oefenactiviteiten en loopafstand verminderen.
Niet te zwaar belasten
Knieprotheses zijn van hoogwaardige kwaliteit. De levensduur is gemiddeld 10 tot 15 jaar. Toch is voorzichtigheid wel geboden. Een knieprothese kan bijvoorbeeld los gaan zitten. Daarom wordt u afgeraden de knieprothese in werk en sport zwaar te belasten.
Wat u moet weten over de kunstknie
U moet zich ook realiseren dat een kunstgewricht zijn beperkingen heeft. Het doel van een kunst gewricht is pijnvermindering en verbetering van mobiliteit. Een paar weetjes:
- De uiteindelijke buiging hangt sterk af van de buiging van uw knie voor de ingreep
- Traplopen is soms lastig (gevoelig), vooral als u de trap afloop
- Hardlopen met een kunstgewricht kan niet goed en is ook niet verstandig
- Hoge pijnscores voor de ingreep geven ook na de operatie in verhouding een meer gevoelig kunstgewricht. Maar andersom hoeven lagere pijnscores voor de operatie niet automatisch te leiden tot een pijnscore van 0 na de ingreep
Uit onderzoek is gebleken dat van de patiënten die een totale knie prothese hebben gekregen:
- 70% moeite hebben met knielen
- Ongeveer 25 % aangeeft moeite te hebben met tuinieren
- 10 % problemen ondervindt tijdens zwemmen
- 5 % problemen ondervindt tijdens het golfen
Wat zijn mogelijke complicaties?
Ondanks alle zorg rondom de operatie, kunnen er thuis soms toch nog complicaties optreden:
- De wond die gaat lekken
- De wond of knie die dikker wordt
- Steeds meer pijn
- Niet meer op het been kunnen staan terwijl dit tevoren nog goed ging
- Hoge koorts
Bij klachten, neem contact op met de orthopedieconsulente
Heeft u één of meerdere van deze klachten, neemt u dan contact op met de orthopedieconsulenten van de Sint Maartenskliniek. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor patiënten voor of na een opname voor een orthopedische operatie. De consulenten zijn van maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 11.00 uur bereikbaar op nummer (024) 365 96 60. Buiten deze tijden kunt u het antwoordapparaat inspreken; u wordt dan zo spoedig mogelijk teruggebeld.
Tandheelkundige ingrepen
Bij tandheelkundige ingrepen in combinatie met een infectie van het mondgebied, moet u als u een nieuwe knie heeft altijd antibiotica nemen. Bij ontslag krijgt u hierover een brief mee, bestemd voor uw tandarts.
Behandeltraject
1. Verwijzing & afspraak
Met een verwijzing van uw (huis)arts kunt u een afspraak aanvragen voor een onderzoek.
2. Poliklinisch onderzoek
Het onderzoek vindt plaats op de polikliniek van het orthopediecentrum en wordt in principe uitgevoerd door een arts-assistent of een Physician Assistant (PA). Een arts-assistent is een orthopedisch chirurg in opleiding. Een PA is opgeleid om specifieke taken van een orthopedisch chirurg over te nemen en werkt onder supervisie van de orthopedisch chirurg.
Als het nodig is, worden er tijdens het onderzoek foto's gemaakt van de aandoening.
3. Pre-operatief onderzoek
Moet u een operatie ondergaan, dan krijgt u vooraf een pre-operatief onderzoek. Binnen zes maanden na dit onderzoek wordt u geopereerd. Ook pre-operatief onderzoek vindt plaats op de polikliniek van het orthopediecentrum. Er wordt onder andere gekeken of u fit genoeg bent voor de operatie. De anesthesioloog-assistent bespreekt met u wat voor een soort verdoving u krijgt.
4. Opname
Voor en na de operatie verblijft u tijdelijk op één van de verpleegafdelingen van het orthopediecentrum. De opname is op de dag van de operatie, of de dag ervoor. De totale opnameduur is afhankelijk van de operatie die u moet ondergaan.
5. Herstel
De periode na de operatie staat in het teken van herstel. Soms, dat hangt af van het soort operatie, moet u fysiotherapie volgen, ook als u weer thuis bent. Afhankelijk van de operatie houdt u zich aan een aantal leefregels om het herstel te bespoedigen.
6. Controle
Afhankelijk van de operatie komt u tijdens de herstelperiode en eventueel daarna voor controle naar de polikliniek van het orthopediecentrum. Meestal wordt u onderzocht door de chirurg die u geopereerd heeft, maar het kan ook een arts-assistent zijn of een Physician Assistant (PA). Een arts-assistent is een orthopedisch chirurg in opleiding. Een PA is opgeleid om specifieke taken van een orthopedisch chirurg over te nemen en werkt onder supervisie van de orthopedisch chirurg.
Eventueel worden er tijdens het controle-onderzoek foto's gemaakt.
Hoe vaak en wanneer u voor controle komt, hangt af van de operatie.
Bloedgebruik voor onderzoek
Ten behoeve van uw behandeling kan het zijn dat er bloed bij u wordt afgenomen. Soms gebruikt het laboratorium bloed wat na de analyse overblijft voor onderzoek. Dit gebeurt anoniem: er is geen koppeling met uw persoonlijke gegevens. Als u bezwaar heeft tegen het geanonimiseerd gebruik van uw bloed voor onderzoek, dan kunt u dit melden bij de persoon die bij u bloed afneemt.
Tussentijds vragen?
Heeft u voor of na uw opname vragen, bijvoorbeeld over het verblijf op de kliniek, de operatie, of over het herstel als u weer thuis bent, neem dan contact op met de orthopedieconsulenten. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor patiënten voor of na een opname voor een orthopedische operatie.
Bron: St. Maartenskliniek - febr. 2011
|